Inspectie Jeugdzorg oordeelt: Bureau Jeugdzorg Flevoland past risicomanagement voldoende toe

Bureau Jeugdzorg Flevoland past risicomanagement voldoende systematisch toe voor de kinderen die onder haar toezicht zijn geplaatst. Dit oordeelt de Inspectie Jeugdzorg in haar rapport Risicomanagement bij onder toezicht gestelde kinderen. Risicomanagement betekent het onderzoeken, taxeren en beperken van het risico op voor het kind ernstige bedreigende gebeurtenissen.


Risicomanagement bij de Bureaus Jeugdzorg
De Inspectie Jeugdzorg heeft op verzoek van de Minister
voor Jeugd en Gezin in de tweede helft van 2009 landelijk
onderzoek gedaan naar risicomanagement bij de afdeling
Jeugdbescherming van de 15 Bureaus Jeugdzorg en de
drie landelijk werkende instellingen. De onderzoeksvraag
die hierbij centraal stond was of de instellingen risicomana-
gement systematisch toepassen bij de kinderen die onder
hun toezicht zijn gesteld. Aanleiding voor dit onderzoek
waren de resultaten uit eerdere onderzoeken van de
Inspectie naar risicomanagement (in 2007 en 2008).
Uit deze onderzoeken kwam naar voren dat risico-
management binnen de afdeling Jeugdbescherming van de
Bureaus Jeugdzorg nog onvoldoende systematisch en
professioneel werd toegepast. De resultaten bij Bureaus
Jeugdzorg die volgens de Deltamethode werkten, bleken
positiever. De Deltamethode is een landelijke methode voor
de uitvoering van de ondertoezichtstelling, waarin de
ontwikkeling en de veiligheid van het kind centraal staat.
Een belangrijk aspect van de Deltamethode is risico-
management. De gezinsvoogd moet vanaf de start van de
ondertoezichtstelling zicht krijgen op de bedreigingen
voor het kind, in de gaten houden welk risico het kind
loopt en hier actie op ondernemen. Ook de afdeling
Jeugdbescherming van Bureau Jeugdzorg Flevoland
werkt met de Deltamethode. Met het huidige onderzoek is
nagegaan of de aanbevelingen van de Inspectie uit 2008
hebben geleid tot een betere kwaliteit van risicomanagement.

 

Bureau Jeugdzorg Flevoland
Het eindoordeel van de Inspectie luidt dat Bureau Jeugdzorg Flevoland risicomanagement voldoende systematisch toepast voor de kinderen die onder haar toezicht zijn gesteld. Bureau Jeugdzorg Flevoland scoort op 10 van de 12 indicatoren ‘operationeel’ en voldoet daarmee voldoende aan de verwachting van de Inspectie. Deze indicatoren geven informatie over de mate waarin Bureaus Jeugdzorg erin slagen de noodzakelijke bescherming en juiste zorg te organiseren voor kinderen die in hun ontwikkeling bedreigd worden. De Inspectie beveelt Bureau Jeugdzorg Flevoland aan om ervoor te zorgen dat alle 12 indicatoren binnen een jaar operationeel zijn. Bureau Jeugdzorg Flevoland verwacht dat dit geen problemen zal opleveren; het beleid staat al op papier. De thema’s deskundigheidsbevordering, risico’s inschatten en overdracht voldoen ook aan de verwachtingen van de Inspectie. Binnen het thema risico’s beperken is nog enige verbetering aan te brengen door het meer systematisch vastleggen en bewaken van gemaakte afspraken en besluiten.

 

Toetsende taak Raad voor de Kinderbescherming
Een tweede rapport dat de Inspectie Jeugdzorg heeft gepresenteerd, gaat over de toetsende taak van de Raad voor de Kinderbescherming. De kwaliteit van de toetsing door de Raad voor de Kinderbescherming is sterk verbeterd. Het rapport concludeert dat het (tijdig) aanleveren van de benodigde informatie door de Bureaus Jeugdzorg over de beslissingen tot terugplaatsing naar huis niet voldoende is, waardoor de Raad niet naar behoren kan toetsen. De Inspectie verwacht niet dat hier op korte termijn verbetering in zal optreden. De suggestie wordt hiermee gewekt dat de Bureaus Jeugdzorg onwillig zijn om de toetsende taak uit te voeren. De Bureaus Jeugdzorg zijn het met deze zienswijze niet eens. Landelijk is prioriteit gegeven aan het eigen risicomanagement, waarin de beslissing tot beëindiging uithuisplaatsing multidisciplinair en volgens risico- en veiligheidstaxatie instrumenten wordt genomen.
In tegenstelling tot het inspectierapport met betrekking tot risicomanagement zijn in dit onderzoek niet alle Bureaus Jeugdzorg betrokken. Zo zijn er geen resultaten opgenomen voor Flevoland. Bureau Jeugdzorg Flevoland vindt dit jammer, aangezien wij van oordeel zijn dat in Flevoland de afspraken rondom de toetsende taak uitgevoerd worden conform de regels die hierover zijn afgesproken. Ook demissionair minister Rouvoet acht het van belang om de nuancering aan te brengen dat niet alle Bureaus Jeugdzorg betrokken waren bij dit onderzoek. Dit omdat een Bureau Jeugdzorg dat zich wel heeft ingezet om deze taak goed uit te voeren, daarin niet ontmoedigd moet worden.

 



< Terug naar overzicht