Veiligheid van het kind altijd centraal binnen jeugdzorg

Jeugdzorg Nederland onderschrijft de belangrijkste conclusies van de Onderzoeksraad, gesteld in het vandaag gepresenteerde rapport ‘Over de fysieke veiligheid van het jonge kind’: professionals in de jeugdzorg moeten kunnen beschikken over alle relevante informatie van een gezin en het verder professionaliseren van de jeugdzorg.

 

Hulpverleners in het gezin zoals artsen, maatschappelijk werkers
en GGZ-medewerkers, zijn niet verplicht om mee te werken aan
het onderzoek van de jeugdzorg. Dat betekent dat de professionals
in de jeugdzorg onvoldoende in staat worden gesteld om een
goede risico-inventarisatie te maken. Ook wanneer de kinderrechter
een beschermingsmaatregel heeft opgelegd is de informatie-
voorziening door en samenwerking met andere beroepskrachten
niet gegarandeerd. Concreet beveelt de Onderzoeksraad aan
dat professionals in de jeugdzorg moeten kunnen beschikken
over alle relevante informatie. Jeugdzorg Nederland onderschrijft
deze conclusie en aanbeveling van de Onderzoeksraad volmondig.
Ruim twee jaar geleden heeft Jeugdzorg Nederland dit probleem
in Den Haag aangekaart.

 

Inzetten op Professionalisering
Verder beveelt de Onderzoeksraad aan dat de professionaliteit in
het kindveiligheidsstelsel wordt vergroot. Jeugdzorg Nederland
onderschrijft het belang van verdere professionalisering van de
jeugdzorg en wijst in dit kader op het Actieplan
Professionalisering Branche Jeugdzorg dat zich
inmiddels in de implementatiefase bevind. Tuchtrecht
maakt deel uit van dit plan. Belangrijke stap van een
professionele aanpak van kindermishandeling was de
invoering van nieuwe methoden voor de jeugdbescherming en
AMK’s (2007). Vast onderdeel is inmiddels het gebruik van
risicotaxatie instrumenten.

 

Veiligheid kind altijd centraal
In eerste instantie zijn de ouders verantwoordelijk voor onder
andere de gezondheid en de veiligheid van hun kinderen.
Volgens de Onderzoeksraad blijven de betrokken professionals
van jeugdzorg de medewerking van de ouders echter te lang
voorop stellen, ook al is er sprake van meldingen over mogelijke
kindermishandeling of er zelfs al sprake lijkt te zijn van een kind
dat letsel heeft opgelopen. Jeugdzorg Nederland herkent dit niet.
Het is tegenwoordig vaste praktijk dat bij fysieke kindermishandeling
onmiddellijk wordt ingegrepen: mishandeling of misbruik moet per
direct stoppen. Binnen de jeugdzorg staat altijd de veiligheid van
het kind centraal. Hulpverlening aan het kind vindt echter altijd in
nauw overleg en vanuit een respectvolle benadering met de ouders
plaats. Dit moet niet verward worden met het voorop stellen van de
medewerking van de ouders. Mochten ouders niet mee willen werken,
of mocht de veiligheid van het kind in gevaar komen, dan wordt
daarop actie ondernomen. Een uithuisplaatsing kan voor een kind
erg traumatisch zijn, dus jeugdzorg gaat voorzichtig om met dit vaak
laatste redmiddel. 



< Terug naar overzicht