Jeugdbescherming

Als ouders niet meer in staat zijn hun kind goed en veilig op te laten groeien of als een kind of jongere problemen heeft, kunnen de ontwikkeling en veiligheid van het kind of de jongere in gevaar komen. In zulke gevallen kan de kinderrechter een kinderbeschermingsmaatregel opleggen. Dit zijn de (voorlopige) ondertoezichtstelling en de (voorlopige) voogdijmaatregel.  Jeugdbeschermers van Bureau Jeugdzorg Flevoland voeren deze maatregelen uit. Er is dan sprake van gedwongen hulpverlening. Bij alle kinderbeschermingsmaatregelen geldt dat het belang van het kind of de jongere boven het belang van de ouders gaat.


Ondertoezichtstelling

De meest voorkomende jeugdbeschermingsmaatregel is de

ondertoezichtstelling. De ouders blijven bij deze maatregel

verantwoordelijk voor de jeugdige, maar er komt ook een

gezinsvoogd in het gezin. Deze medewerker van Bureau

Jeugdzorg Flevoland zal in samenspraak met de ouders

besluiten over een goede en veilige opvoeding en

verzorging van de jeugdige. De gezinsvoogd informeert

zich over de gezinssituatie door middel van gegevens die al bekend

zijn en door middel van gesprekken met ouders, kinderen/jongeren en

andere betrokkenen. Dan stelt de gezinsvoogd een plan van aanpak op.

Er wordt gekeken of er extra zorg nodig is voor de ouders of de jeugdige.

De gezinsvoogd treedt regelmatig in gesprek met de jeugdige

en zijn ouders om hen goed te kunnen ondersteunen.


Vaak blijven de jeugdigen thuis wonen, maar soms

wordt het kind in een pleeggezin, bij familie of in

een instelling of internaat geplaatst. Ook als de

jeugdige niet meer thuis woont, blijft de gezinsvoogd

de ouders betrekken bij de opvoeding. De ouders blijven

hun verantwoordelijkheid houden.

 

De kinderrechter spreekt de ondertoezichtstelling uit voor

maximaal één jaar. Daarna kan de kinderrechter de

ondertoezichtstelling eventueel weer met één jaar verlengen.

Als de situatie voor de jeugdige dan verbeterd is en zijn ontwikkeling

niet meer in gevaar is, kan de ondertoezichtstelling aflopen. Als dit nog

niet zo is, dan kan de kinderrechter de ondertoezichtstelling verlengen.

Gemiddeld duurt een ondertoezichtstelling 3 à 4 jaar en eindigt deze in

ieder geval wanneer de jeugdige 18 jaar wordt.

 

Voogdij
Een andere jeugdbeschermingsmaatregel is die van de voogdij. Deze wordt ook door de rechter uitgesproken. Meerdere situaties kunnen leiden tot het inzetten van een voogdijwerker van Bureau Jeugdzorg Flevoland. Dit gebeurt bijvoorbeeld als de ouders van een jeugdige zijn overleden en niemand binnen de familie de taak van hen kan overnemen of als is gebleken dat de ouders, ondanks de inzet van de gezinsvoogd, niet meer in staat zijn hun kinderen goed te verzorgen en op te voeden. Bureau Jeugdzorg Flevoland krijgt dan de voogdij toegewezen en is volledig verantwoordelijk voor de opvoeding en verzorging van de jeugdige. Afhankelijk van de leeftijd en de situatie, woont de jeugdige dan in een pleeggezin, een zorginstelling of zelfstandig op kamers. De voogdijwerker zal regelmatig contact met de jeugdige onderhouden en hem zoveel als nodig blijven ondersteunen.

 

Brochure Jeugdbescherming ouders/verzorgers
Brochure Jeugdbescherming kinderen/jongeren
Brochure Jeugdbescherming voogdij kinderen/jongeren
Brochure Jeugdbescherming voogdij ouders/verzorgers